Dit weekend heb ik het ouderpaar nog maar eens bezocht, zodat ze weten dat ik nog leef en niet aan de drugs zit. Eén van de dingen die me heeft beziggehouden op de rit naar; fri/tuur Suzy. Fri/tuur Suzy maakt namelijk de beste frieten ter wereld, nog betere hamburgers, en heeft de meeste snelle bediening die ik ooit heb meegemaakt op het vlak van aderverstoppend voedsel. Ik spaar mijn honger op als ik naar daar ga, savoureer de minuutjes die ik sta te wachten met een vlugge blik in het Belang, en laat Einstein rondtollend in zijn graf als ik de lichtsnelheid doorbreek naar huis. Helaas pindakaas dit weekend, want ze zijn op verlof, godverdomme. Gelukkig heeft ma dan altijd wat pasta of zo in de frigo staan, die met smaak verorberd wordt. In het jeugdhuis nog iemand tegengekomen die ik al lange tijd niet meer heb gezien, zonder spijt. Nadat er wat plezanterieën waren uitgewisseld en ik mijn huidige betrekking en woonplaats aangaf, kreeg ik een raar commentaar te horen. “Jaja, en ik ben hier aan het werk en hij daar (er was nog een derde persoon) we komen er wel”. Ik zei er maar niks op terwijl ik dacht “Wáár komen? Later? Beter? Lééf verdomme eens een keer”. Sommige mensen veranderen nooit. Hoeft ook niet.
Op de terugweg trouwens nog iets redelijk absurds meegemaakt. Bij een tankbeurt worden aangesproken door en vrouw, behangen met genoeg goud om de gemiddelde ngo drie Afrikaanse dorpen een waterpomp te geven, met de vraag of ik niet wist hoe ze haar benzinetank moest openen. Brave ziel die ik ben, volg ik deze madame om een helpende hand uit te steken of in ieder geval te kijken of ik niet wat goud kan snaaien. Aangekomen bij zo’n typische advocatenbak, zie ik meteen dat de dop bediend wordt door een knop aan de binnenkant. Door het tweede ding dat ik zie mompel ik iets over “binnen vragen” en maak ik me zo snel mogelijk uit de voeten, gesterkt in het gevoel dat natuurlijke selectie mij maar eventjes moet overslaan. Het klinkt misschien ongelofelijk, maar ik heb een hekel aan domheid. Wat deze vrouw had kunnen doen was even in de handleiding van de auto te kijken ALVORENS PROBEREN TE TANKEN, DAARIN TE FALEN EN HAAR HALVE KAR MET BENZINE TE DOORDRENKEN. Klapper op de vuurpijl; toen ik zei dat ze binnen maar eens moest vragen zei ze dit; “ja, maar dat zijn vrouwen”. Laat dit eventjes inwerken. Spreek de zin eens hardop uit. Ze zei dit op een toon die geen uitleg behoefde, alsof ze maar moest berusten en wachten op een Echte Man, die haar, teer schepsel, wel even uit de nood zou helpen. Ik weet nu echt niet of ik hierom moet lachen of huilen.
Ik koop regelmatig ook weer wat cd’s, omdat mijn tienjarige straatmonster gebrande cd’tjes maar niks vindt. Wat er nu in de kar ligt is dan ook een redelijk eclectische verzameling van wat ik redelijk goedkoop heb gevonden of teruggevonden. Matisyahu staat op dit moment op één, met “Live at Stubb’s”. Heerlijk relaxe live cd met nu en dan een stevig rilmoment. Die laatste van Daft Punk ben ik ook aan het grijsdraaien, net als de allereerste die ergens onderin ligt. Een leuke vondst was het Leugenpaleis voor slechts 7,50 EURO, niks beter dan een stukje Clement Peerens als ze weer beginnen te zagen op Brussel of het nodig vinden om Admiral Freebee te draaien (een echte artiest laat zich niet the legend noemen, knakker, dat leest men wel in de pers als ze legendarisch zijn. We spreken elkaar over tien jaar of zo). De soundtrack van Ocean’s Twelve is heerlijk ’s morgens, net als die van O brother where art thou. KV Express heb ik ook regelmatig op, en is eigenlijk ideaal voor elk moment van de dag.
Wat echter de pure kippenvel ervaring is, de cd die ik half heb gemeden om verschillende redenen. Eén, ik heb hem uitgeleend (vraag me niet aan wie), en nooit meer teruggekregen, en dan heb ik de vage hoop dat iedereen zo’n sukkel als mij is die altijd alles netjes en onbeschadigd teruggeeft. De tweede reden is dat hoewel de man de stem van een engel heeft, er toch een ietsje te veel emotie aan vast hangt voor mij.
BONUS
De cd’s en nummers (en films, bij nader inzien) die ik moeilijk kan draaien of kijken zonder een emotionele tijdreis te beleven. Oftewel, een blik in mijn ziel.
Numero uno; gelinkt aan Antwerpen, de periode van het samenwonen, de val, en de verhuis; Californication van de Peppers. Ik ken hem nog altijd rats vanbuiten, de soundtrack van het begin eigenlijk. Lamb, Grey Day van Zoot Woman, Portishead voor geruime tijd, Lacquer met Behind, Six blade Knife van Dire Straits, Don’t Panic van Coldplay, the Lost Art of Keeping a Secret van QOTSA, Maroon5 met this love, omdat het op het einde werd platgedraaid en last but not least Bed’s too big without you van The Police. Toon Telleghem hoort daar ook bij( dit gaat over een periode van zowat vijf jaar, dus dat mag wat meer zijn).
2; gelinkt aan Gent; cold water music van AIM, Savannah Station (eigenlijk meer gelinkt aan goeie herinneringen, maar soms), Massive Attack, Chasing Amy (hallo Antwerpen alweer), Ani Difranco, Devendra Banhart, Mutts, Blush van Woven Hand, NYPD Blue, Goran Bregovic, Madonna, Heartbeats van José, en ik vergeet er een paar.
En altijd, altijd Django, met Minor Swing.
Het is dus niet alsof ik tranen met tuiten begin te huilen bij het beluisteren van deze muziek, maar het brengt iets terug naar boven. De meeste dingen gaan niet weg, soms gaan ze gewoon slapen.
Die ene cd hou ik voor mezelf. Ik heb al genoeg openbaar gemaakt in één stukje.
Redelijk lang trouwens. Ik heb nog een experiment te doen.
Vannacht.