Maandelijks archief: juni 2007

Afro-Latino

Aangezien ik zeer fysiek aanwezig was op voornoemd Limburgs multicultureel gebeuren, zal ik maar een verslagje schrijven.

Wat me eigenlijk nog het meest opviel was het, euh, limburgs. Alle dialecten van Vlaanderen’s schoonste provincie verzameld onder de zon, het was een beetje raar. Ik associeer een festival niet met “sjtop toch jong!” of andere juweeltjes van onze gevarieerde tongval. Dit komt volgens mij omdat ik a) nog nooit op afro-latino heb gezeten en b) ik slechts zelden meer thuis zit, en dan ga ik ook niet echt shoppen of zo.

Het weer was eigenlijk goed te doen, omdat de buien niet meer dan een kwartier of half uur duurden, en het hoofdpodium was toch overdekt. En de camping car was de max. Ik zou zweren dat het ding beter ligt als mijn eigen bed, dat, hoewel het van de ikea afkomstig is, toch ook maar een vouwzetel is. Kutbed.

Maar bon. ik zal er maar een aantal foto’s tussengooien, want dat zegt toch meer als woorden.Beginnend met de zeer mooie camping car, die mij toch in jaren overtroeft. Gelukkig zijn de jaren zeventig weer hip.

Een heel gedoe om de nest op te zetten natuurlijk. Vrijdag = feest;

En de zaterdag een paar vette optredens

en ook weer gezelligheid in de tent.

Zeer de moeite allemaal voor de eerste keer dus. En net als op elk festival komen de vrouwen niet als men luidkeels “HOEREEEUUUH” roept (welke idioot heeft dat eigenlijk bedacht? die lui zouden er na al die jaren toch achter moeten zijn), zijn sandalen toch maar weer de beste oplossing voor nat weer, zijn de crackers niet opgeraakt, is het fijn om in de tent te liggen als de regen klettert (vooral als je op een half bed met dekbed ligt), zijn mojito’s slecht gemixt maar wel drinkbaar, is een djembé workshop een slecht idee, net als een djembé kopen om dan op de camping te oefenen (voor elke windstreek was er wel één), is deo de beste oplossing qua hygiene, de kebap veel te duur en de frieten veel te zout, en vooral, is alles best de moeite.

En is het ook fijn om oude bekenden terug te zien.

Hey Sid!

Slechts een kleine selectie van de 150+ foto’s die ik weer maar eens heb genomen. Op aanvraag voor de kenner verkrijgbaar.

Ik heb maar een paar optredens kunnen meepikken, omdat ik de zaterdagmiddag ziekjes was (eigen schuld) maar gelukkig heb ik ’s avonds een inhaalbeweging kunnen doen (ook qua slaap inhalen in het algemeen, dat lukt de laatste tijd niet zo goed). Het voordeel van wereldmuziekfestivals is dat er altijd wel ontdekkingen te doen zijn, vooral omdat maar een paar namen een vage bel deden rinkelen. Ik weet nog altijd niet wie ik precies allemaal gezien en gehoord heb, maar zodra ik eens de moeite doe om op het programma te klikken weet ik het. Ik doe dat eigenlijk liever niet, door al die wetenschap, internetten en satellieten is er al veel te weinig romantiek en mysterie in de wereld (en ik kijk ook naar u, vreemd meisje; zo vraagt men dat niet, er zijn cliché’s, gebruik ze dan ook).

En dan koop ik ook minder cd’s.

Wat ook wel opviel; het geluidsniveau. Niet te hard, maar precies goed om fijn te kunnen dansen en nu en dan een beetje te roepen naar de rest.

Overmorgen heb ik trouwens een sollicitatie in Leuven, dus wens me maar geluk. Zoals ik al zei, het gaat allemaal wree snel de laatste tijd.

Advertenties

Tekstje

In een ver verleden heb ik voor vertaler-tolk gestudeerd en verbazend genoeg heb ik wel het één en ander vertaald. Een van de fijnste dingen die ik heb geprobeerd was een stukje uit House of Leaves van Mark Z. Danielewski, een geweldig boek met een verhaallijn nog kronkelender dan de uitleg van die rare vent die ik eens in Antwerpen ben tegengekomen (hij deelde pamfletjes uit waarin met foute wiskunde stond uitgelegd hoe we nooit op de maan zijn geland of zoiets. Ik vond het altijd een typisch voorbeeld van iemand die een briljante ontdekking doet, en denkt er de wereld mee te kunnen verbazen, tot dat iemand zegt ‘verplaats die komma eens naar rechts’.  maar soit). Lees het boek dus maar eens zou ik zeggen, maar neem er de tijd voor. Dit is eigenlijk een stukje voetnoot, en het leuke eraan is (was eigenlijk) is dat het één lange zin is. Ik heb er ook mijn hoofd over gebroken hier en daar. Fun times.

 

 

Het is te donker en te moeilijk en zonder grillen, en als je het nog niet opgevallen is, ik ben in een grillige (niet-samenhangende) bui nu, aan het praten (krabbelen ?) vreemd en zonder doel over katten, met plezier gebruik aan het maken van alle regels van de School der Grilligheid, de vrijheid ervan, -Waar Ben Ik Naartoe Gegaan ? Wat heb Ik Gemompeld ? Wie Heb Ik Ontmoet ?- het spel en de vlagen, terwijl ik nu ga denken, trippen eigenlijk, over het denkbeeld van een tachtigtal van Zampanò’s stoffige katten (zonder een bepaalde/relevante reden) wat impliceert dat het geen hondeweer kan zijn, door het stof, zoveel, op de grond, tussen het onkruid, in de lucht, dus daarom/ergo/bijgevolg (.’.) : geen honden, geen Pekinees, enkel het binnenpleintje,  Zampanò’s binnenpleintje, op een vreemde dag zonder middag, wild na jaren en springen en zon, zelfs als op een andere dag Zampanò zich ergens anders bevindt, ver van de zon, deze zon, met zijn  gezicht op de  vuile vloer, zonder de minste aanwijzing,  ‘ Geen verwondingen, gewoon de leeftijd’ zouden de paramedici zeggen, hoewel ze nooit konden uitleggen –niemand kon dat- wat ze hadden gevonden vlakbij de plek waar hij lag, vier ervan, ongeveer 18 centimeter lang en 2 centimeter diep, het hout versplinterd, achtergelaten door een ontzagwekkend ding, een handtekening van staal of klauw, niet van de Kerstman, per slot van rekening stierf Zampanò na Kerstmis, maar evenmin een mythe, want ik heb de onmogelijke sporen naast de kist gezien, heb ze aangeraakt, heb er zelfs nog een paar splinters van in mijn vingertoppen zitten, wat van hun overwachte droefheid en rouw, en hoewel ik ze er uit heb gepeuterd met een veiligheidsspeld,  zou zweren dat ze nog etteren onder mijn huid., wat me op een bepaalde manier aan hem doet denken, net zoals de andere splinters die ik meedraag, hoewel deze dieper zitten, nooit uit het lichaam gegroeid, maar integendeel zich erin hebben gewerkt, en nu lang begraven liggen, verkalkt en versmolten met mijn eigen botten, zodat ze me verder verwijderen van het warme plezier van jaren geleden, en me doen denken aan veel koudere dagen, De Plaats Waar Ik De Dood Heb Achtergelaten, of dat dacht ik tenminste-ik ben aan het trippen- donker met grijze decembertinten, herinner ik me namen-ik was aan het trippen- in vlagen van regen en sneeuwbuien van Ohio, geregeerd door een man met een baard die ruwer was dan paardehuid en handen harder dan hoorn, die me een beest noemde hoewel ik zijn zoon was maar hij niet mijn vader, maar dat is een ander verhaal, een andere plek die ik hier probeer te vermijden,  zoals ik er zeker van ben dat er plekken bestaan die jij ook wilde vermijden, zoals een van de eerste lezeressen van Zampanò’s werk ook een verhaal vond dat ze wilde vermijden, hoewel ze het me uiteindelijk heeft verteld, of ten minste een deel ervan, hoe ze ‘s avonds vertrok van de oude man zijn appartement, net na uren een monoloog verduurd te hebben over troost, dood en legende, om nog maar te zwijgen over moeders & dochters en bloemetjes & bijtjes en vaders & zonen en katten & honden, en al die dingen maakten haar overstuur, droef, brachten haar in de war, en zorgden ervoor dat ze compleet onvoorbereid was op de herinnering die ze terug zou vinden, een abrupte terugkeer van haar jeugd in Santa Cruz, zelfs toen ze probeerde zichzelf te heroriënteren in een bekende omgeving en en de geruststellende routine van een lange wandeling naar haar wagen,- het had er geregend ; zelfs gegoten ; hoewel niet op Franklin & Whitley – opeens de onnatuurlijke zwaarheid van een schaduw zag die zich lostrok van de verbrande schemering, hoewel het eigenlijk helemaal geen schaduw was, mar later werd omgevormd tot het beeld van een enorm schepsel dat het verloop van een Noord-Californische nacht verbrak, zoals de schaduw die ze verborgen zag in de laatste bocht van Zampanò’s trappenhuis, ook bewegend, naar haar toe, zodat ze in paniek sloeg en zich naar de troost van een nabijgelegen bar haastte- of in die nacht zich door het hek van Zampanò’s gebouw haastte- weg van al die duisternis, tot ze later enkel na vele uren en veel drank in slaap kon vallen, met de volgende dag een kater die haar –‘gelukkig’ zei ze- achterliet met enkel een vluchtige herinnering van iets wits door de slierten  zeemist en een afschrikwekkende flits van iets blauws, wat meer was, vertelde ze me, dan ze normaal kon zeggen zelfs als-dat wat ze niet kon zeggen- was dat nog niet eens de helft van het verhaal.

 

          En nu dus, in de schaduw van onuitgesproken gebeurtenissen, zie ik hoe Zampanó’s binnenplein donker wordt.

         Alle grilligheid is verdwenen.

         Ik probeer de gang van het licht nauwkeurig te bestuderen. Vanuit mijn kamer. In het glas van mijn herinneringen. In het maanlicht van mijn verbeelding. Het onkruid, de ramen, elke bank.

         Maar de oude man is niet daar, en al de katten zijn verdwenen.

         Iets anders heeft hun plaats ingenomen. Iets wat ik niet kan zien. Wachtend.

         Ik ben bang.

         Het is hongerig. Het is onsterfelijk.

        

         Erger nog, het kent niets van grilligheid.

 

 

Leuk he? Wel niet zo’n vrolijke boek. Ik vraag me trouwens af hoe stoeferig dat hier overkomt.

Pech

Wow, bijna twee maanden geleden dat ik nog iets gekribbeld heb, maar de tijd lijkt dan ook redelijk snel te gaan. De verhuis komt dichter, wat wel spannend is, en met de opkomende sollicitatie ga ik misschien al in augustus een leuvenaar (kessel-lo-er?) worden.

En hoewel er redelijk veel gebeurd is, wil ik het eventjes hebben over de pech die mij de laatste tijd te beurt valt, en vooral omdat ik er nu juist last van heb. Ik wil namelijk een cd-tje branden voor onderweg (naar afro-latino) morgen, en dit lukt niet.

Waarom? Ik weet het eerlijk gezegd niet. De hardware werkt blijkbaar goed, de programma’s ook, maar de cd is toch niet aanwezig in mijn brandertje. Dit is trouwens niet het enige stukje hardware dat mij faalt. Verleden weekend naar Tongeren rijden. Geen probleem, zeker niet met de gps, maar die werkt niet. Ik kreeg het ding zelfs niet aangeschakeld, niks, nada, noppes. Mijn gsm produceert ook geen geluid meer, zodat ik op zachte trillingen moet afgaan om mijn telefoon op te nemen. Natuurlijk voel ik dat niet, zodat ik al enkele telefoons heb gemist. Mijn pc gaf het eergisteren ook op om geen enkele reden eigenlijk, geen beeld. Natuurlijk moet ik dán juist weer iets opzoeken (voor de iets minder slimmen, klaarblijkelijk werkt hij weer).

Ik wou gisteren naar het wassalon gaan om mij te voorzien van vers en geurig linnen, maar de hele betaalautomaat was eruit gesloopt door onnauwkeurig geboefte. Jetons moet je dan gaan halen in de schoenenwinkel ernaast, maar die was dan natuurlijk gesloten.

Mijn fiets is ook stuk, iets wat enkel in uitzonderlijke gevallen geforceerd kan worden is geforceerd, en hoewel het twee dagen geleden al in orde moest zijn, is hij niet klaar.

Vrijdag twee weken geleden heb ik een platte band gereden, en ik kreeg de wieldop er niet af, zodat ik tot mijn grote schande (enfin ja, dat viel nog wel mee) de pechverhelping heb moeten bellen. Dat was op vijf minuten in orde, met een simpele truc (er moest een klepje vanaf) zodat ik als een schaap op die mens stond te loeren. Ik geloof dat het rond die tijd trouwens begonnen is. Ik rijd ook altijd één keer fout (door slechte aanduiding, dommigheid of andere reden) als ik van limburg naar gent ga. Hoewel ik de weg nu wel ken.

Dit is allemaal niet zo dramatisch. En op een kleine twee weken kan er veel gebeuren. Waar het hier echter om draait, en wat het een échte pechperiode maakt, zijn de kleine dingetjes. Die vullen het pakket aan en zorgen ervoor dat ik soms angstvallig op straat stil sta, op zoek naar vallende piano’s en aambeelden. Dat hoeft niet veel te zijn, gewoon van die kleine frustrerende zaken. Pak nu een flesje cola. Gewoon, zo’n half litertje. Draai het open, en, hoewel hier ook geen reden voor is, spuit het je nat zodat

a) het smakelijk broodje dat voor de neus ligt extra dressing krijgt

b) net als je hemd

c) en dat komt vers uit de kast, maar mag nu weer in de was (eigenlijk zijn het maar twee puntjes, maar ik maak er drie van, want dat staat mooier. Ook dramatischer)

Ik kan nog voorbeeldjes opnoemen, maar ik denk dat het wel duidelijk is. Ik heb natuurlijk ook wel wat geluk (zoals een slaapplaats, hoewel warm, maar toch maar een slaapplaats, in Hasselt met de autoperikelen) gehad de afgelopen twee weken, maar het is een beetje buiten proportie. Mijn yang is uit balans. Karma slaat toe. Mars staat in conjunctie met venus op de verkeerde breedtegraad. Mijn huis heeft een spiegeltje extra nodig. Een aardstraal doorboort mijn brein. Ladders vouwen zich uit over mijn wegen en zwarte katten hebben een plekje gevonden voor mijn huis.

En muggen ook, ’s nachts. Kleine zoemende rotzakjes.