Maandelijks archief: januari 2008

Over shoppen, aargh, aargh, aargh

Ik ben nooit een fan van shoppen geweest, en daarmee bedoel ik dus kleren shoppen (schoenen zijn nog erger). Ik heb er niks op tegen tussen oude zooi op een rommelmarkt te grutten, of uren naar boeken of dvd’s te staren, maar kleren, nee. Natuurlijk komt er een moment dat zelfs mijn meest duurzame broek op een legging begint te lijken (ook al door de redelijk nonchalante wijze waarop ik de wasprogramma’s op mijn zwierdertje intoets) en wordt het tijd om eens te kijken wat de laatste mode in jute zakken is.

Toevallig zijn het juist solden. Yay! Normaal let ik daar nooit op, maar deze keer hebben we chance. Ik wil eventjes opmerken dat ik niet “yay!” zeg omdat ik graag tussen zwetende en stressende mensen sta, maar omdat het mij verscheidene euro’s minder zal kosten om mijn poezelige lijf van de elementen te scheiden. Bovendien is dit de donkere zijde van de solden, d.w.z. ze zijn zowat gedaan (denk ik toch) zodat alleen een olifant of zeer korte Nepalees iets passends zal kunnen vinden. Yay! Dus.

Dat is dus het positieve nieuws. Maar nu komt dus het negatieve, Het Ende Vinden Der Gepaschte Kleederdracht. Voor elk spel zijn er regels (ook voor het leven, bijvoorbeeld, maar de dobbelstenen zijn zoek) en deze hebben zich op organische wijze gevormd in mijn queeste naar een smaakvolle uitmonstering. Ik zal bijvoorbeeld enkel basiskleuren dragen. Bruin, bordeaux, khaki-groen, in enkele gevallen zwart hebben het volgende voordeel; ze passen altijd bij elkaar, zodat ik ’s morgens nooit met de handen in het haar zit over wat ik zal aantrekken. Dit heb ik eigenlijk gepikt uit een boek, een bepaalde knakker droeg alleen maar zwart om precies diezelfde reden (degene die het boek kan raden krijgt een prijs). De tijd die ik hierdoor win kan ik nuttig doorbrengen met het staren naar de dichtstbijzijnde muur.

Om diezelfde reden zal het ook altijd iets zijn dat ik graag draag. Ik ben vroeger al eens teruggekomen met spullement (meestal op aanraden van) dat precies één keer wordt gedragen om dan ergens onderaan in de kast stof te vergaren. Dan hoeft ook geen enkel kledingstuk te denken (met het rudimentaire brein dat in de voering zit) dat het niet graag gezien wordt.

Sokken verdienen even een ontsporing en een eervolle vermelding. Ik heb nu één kistje dat vol sokken zit en ik let er totaal niet op welke bij elkaar horen, en dit spaart nog meer tijd uit (die wordt benut met het dromen over de laatste willekeurige knappe meid die ik heb gezien). Dit doe ik al redelijk lang, en is eigenlijk het begin en de kern van mijn volwassen leven. De dag dat je moeder je sokken niet meer wast (en nauwgezet per kleur en per type op die typische manier opvouwt, je weet wel, zo in mekaar trekken) heb je de volledige beschikking aller vrijheden. In tegenstelling tot wat men zou denken valt dit slechts weinigen op, en, indien iemand er iets over zegt of vraagt, is het enkel nodig “en?” te antwoorden. Dit stort de desbetreffende mens meteen in een existentiële crisis over de belangrijke dinges des levens, en dat is altijd leuk om te zien. Zelden zoveel plezier uit sokken gehaald moet ik zeggen. Behalve als ma langskomt.

Maar bon, shoppen. Ik ben een van die mensen die een winkel kan binnenstappen en na enkele seconden al weet of er iets interessants ligt. Voor deze paranormale gave ben ik dankbaar, en na een tijdje is het wel duidelijk wat de vaste adressen zijn voor een stevig onderhemd. Leuven niet, want dat is nog redelijk nieuw, en zodoende ben ik al half doof van hippe muziek die oorbarstens door luidsprekers kweelt en de dure prijzen rechtvaardigd om al die rechtszaken over gehoorstoornissen te betalen. Die winkels met graffiti en een skateboard in de etalage, en mannequins (nederlands woord! Zoek het op!) die specifiek ontworpen zijn om een houding aan te nemen waar een tuchtmeester uit de jaren vijftig van zou schuimbekken.
Ik geef dat soort zaken altijd een kans, je weet maar nooit. Helaas heeft Leuven hier ook niets te bieden op dat vlak, dus gaat de zoektocht verder. Ik neem me op dat moment altijd voor om voortaan in een legerstock mijn kleren te gaan kopen, dat kost niets, het is toch “in” en “hip” om er als een Kroatische rebel uit te zien tegenwoordig en dat overtollig legermateriaal is ten minste duurzaam. Gelukkig strompel ik tegen dan een C&A of een H&M binnen.

Ook eventjes iets over de Inno die altijd en overal hetzelfde is in de zin dat je haast omvervalt van de stank (parfum) als je er een voet binnenzet. Het meest flagrante voorbeeld van anti-commercialiteit dat ik kan bedenken eigenlijk. Ik geef de mensen van de security altijd een bemoedigende blik als ik er buitenstap (na zo’n 3 minuten, langer kan ik mijn adem niet inhouden).

Dat is trouwens een van de voordelen van vrijgezellig te zijn; men hoeft niet per sé zaken specifiek voor vrouwen binnen te lopen. Dit is een voordeel omdat er twee types mannen zijn in een vrouwenwinkeltortuurcentrum. De lui die buiten naar hun hond liggen te staren, en de lui die binnen niet verder dan twee meter van hun vriendin verwijderd zijn om aan te geven dat ja, ze zijn hier met vrouwelijke compagnie, en nee, hun geaardheid moet niet in vraag gesteld worden, evenmin zijn ze perverten. Dit geldt uiteraard niet voor lingeriezaken. Hierbij zal de man aandachtig en lichtelijk zwetend tips geven.

Bovendien zal een simpele zoektocht naar een net overhemd en eventueel bijpassende broek op subtiele wijze worden overgenomen door de vrouwelijke helft, die daarna meteen ook zelf maar iets koopt, zodat de man op den duur tot lastdier gedegradeerd wordt. En in extreme gevallen tot navigator, om de juiste richting aan te wijzen nadat men de winkel buitenkomt. Dit is volstrekt te begrijpen na een uur elk beschikbaar kledingstuk aan een inspectie te onderwerpen, terwijl men als man lichtelijk falend dichter bij de uitgang probeert te komen. Dit zijn allemaal vreselijke, hemelstergende cliché’s, en ze zijn allemaal WAAR.

Goed, dus. Dan hebben we een etablissement gevonden dat niet uitermate zijn best doet om je buiten te jagen, dan moeten we dus ook al iets vinden om de natuurlijke vorm van de mens zedelijk te houden.

Wat is goed; een stofje dat er redelijk leuk en duurzaam uitziet. Dat ook weer niet te veel kost, anders ben ik bang om het aan te doen. Iets met een gepast aantal zakken op zodat ik er rommel in kan proppen (vooral handig in de zomer zie hoe ik hier vooruitkijk mensen, ik heb er een kunst van gemaakt). En bovenal, het moet makkelijk zitten.

Wat is niet goed; opschriften. Dit is dus een van de dingen die het moeilijk maakt om kleren te kopen de laatste jaren. Ik ben géén Urban Anarchist Warrior, nog ben ik lid van Vintage American Clothing of heb ik ooit in het Polo Team Limited gezeten. De opschriften verschuiven elk jaar naar meer obscure plaatsen zodat ik na het aantrekken desbetreffend kledingstuk vaak vloekend de paskamer moet verlaten (dit is trouwen ook de kleding die ik vaak aan het lijf van die jonge gasten met zo’n scheef petje op hun kop zie. Ik heb dan altijd de neiging om de opmerking “hey, uw petje staat scheef” te maken).

Wat ook niet goed is maar volledig mijn schuld; ik weet NOOIT mijn maat. Hiervoor zijn moeders handig, want ze hebben het vermogen om dit na een enkele vluchtige blik feilloos vast te stellen (ze hebben ook het vermogen het gordijntje van de paskamer open te rukken op de meest inopportune momenten zodat de halve winkelstraat eens goed naar mijn onderbroek kan staren, om vervolgens een pastelgroene trui aan te geven “omdat dat wel bij u past”). Maar omdat ik deze ontzagwekkende vermogens niet bezit, ben ik gedwongen om verscheidene keren over-en-weer als een zeezieke duif tussen paskot en rek te zwalken. Die maten zijn trouwens toch allemaal pure shit, omdat een bepaalde maat in de ene broek aanleiding kan geven tot kolder met een paar komkommers en geschockeerd personeel, de andere broek (in DEZELFDE verdomde maat dus 😡 ) een aanstelling in een castratenkoor mogelijk zou maken in de nabije toekomst.

Na zo’n och, duizend keer op en af te hebben gelopen heb ik deze keer mijn missie met glans volbracht. Voor het luttele bedrag van 69,80 euro ben ik nu in het bezit van drie splinternieuwe, goedzittende broeken, en twee aangenaam getinte vesten die geen affiliatie hebben met enige niet-bestaande groepering. Enfin, eentje ervan wel, maar dat is niet zo goed te zien (het staat aan de binnenkant van de kap).

(en het was heel leuk om dit te schrijven 🙂

Advertenties

Demon Days

Ik heb mijn links nog eens gecheckt, en gemerkt dat een deel ervan niet meer werkt. Ik heb de falende nest er dus maar tussenuit gezwierd, en met wat nieuws aangevuld.

Ik wou eigenlijk een beetje nostalgisch jeugdsentiment ophalen met youtube, en al de oude series waar ik vroeger naar keek eens de revue laten passeren. Dat komt eigenlijk door Kris, van wie ik het eerste seizoen van Airwolf heb mogen lenen, met de gedachte dat ik daar nog eens lekker naar een goede serie uit de jaren ’80 kon kijken.

Maar ik begin er twijfels over te krijgen want tijdens mijn zoektocht raakte ik eerder teleurgesteld.

Ter voorbeeld de intro van Airwolf;

  • http://www.youtube.com/watch?v=ijQ7kHfrRt0
  • Cool he? Zo maken ze dat niet meer, neenee. Laten we eens een tekenfilm proberen; GI Joe!

  • http://www.youtube.com/watch?v=W6ueHzMwxt0
  • Ugh. Hoewel ik veel plezier heb gehad aan de tekenfilmserie (en de ventjes, die nog heelder kampementen in de tuin hebben gehad, en nu en dan nog worden opgegraven uit een vergeten ondergrondse basis door een nietsvermoedend konijn) voel ik me opeens een ouwe zak. En veel te kritisch.

    De herinnering aan de beleving is natuurlijk altijd sterker dan de herbeleving van de herinnering uiteindelijk. Daarmee dat men ook nooit meer terug naar huis kan gaan, zelfs al heeft men een gps.

    Wat me wel veel plezier geeft is dat deze tekenfilms lekker gewelddadig zijn. Vol met lasers en ninja’s en zo, die zonder noemenswaardige plot mekaar de duvel aandoen. En niemand gaat echt dood, zoals in het A-team. Dat verbaast me wel wat, want ik heb pas een boek over een vietnamveteraan uit die oren van mensen begon te dragen en redelijk vrouwonvriendelijke commentaren aan het uiten was tegen het eind.

    Maar enfin, ik heb de leesmicrobe weer te pakken, en dat hoeft niet altijd Baudelaire of zo te zijn. Ik heb trouwens pas gehoord dat Terry Pratchett alzheimer heeft, en dat stemt me wel wat droevig. Zijn boeken zijn altijd favoriet op de boekenkast geweest, en een nieuwe discworld uit de Fnac halen is een traditie die ik liever niet voorbij zie gaan. Anda la vida zekers?

    P.S. Demon Days is de laatste plaat van Gorrillaz (al een tijdje uit, dus goedkoop kunnen kopen) en zeker de moeite waard -http://www.youtube.com/watch?v=hd1VBp9gwgQ^

    New year’s resolution (dark december)

    Nu en dan heb ik zin om er eens uit te gaan. Er is dan een goesting (een beter woord ervoor kan ik eigenlijk niet bedenken) die dwingt ergens anders naar toe te gaan, rust te zoeken en de mensen een tijdje te vermijden. De laatste tijd heb ik dat meer en meer, wat eigenlijk geen wonder is, aangezien het de laatste tijd zo druk op het werk is geweest en een momentje rust moeilijk te vinden was.

    Dat kreeg ik natuurlijk weer op nieuwjaarsavond; een combinatie van een drukke dag, weinig slaap en mensen die ik wel ken, maar een aantal toch onbekend als je begrijpt wat ik bedoel.

    Dus vond ik er niks anders op dan das en assortie nest uit te trekken, een stevig paar schoenen en trui om te gorden, een rugzak op te nemen en als een spook de heuvel op te verdwijnen.

    Als je dan als een dwaas op nieuwjaarsnacht ergens in een veld naar de stad beneden je kan kijken, is het moeilijk om het precieze gevoel onder woorden te brengen. Vrijheid vooral. Alleen, maar zonder dat daar eenzaamheid aan gebonden is. En een ongelofelijk gevoel van Levend te zijn, met hoofdletter en al. En een schuldgevoel natuurlijk ook wel, omdat een paar mensen blijkbaar toch ongerust waren.

    Dat is allemaal heel erg tof en een dik feest, maar omdat ik eigenlijk geen kat ken die dat nog doet (het veld en de weg waren eerlijk gezegd nogal leeg), komt er natuurlijk weer een waarom op de proppen, met de neiging om me af te vragen of alles nog wel snor zit. En dan komt het. Op dit moment kan ik een potje gaan liggen zeuren en weer totaal aan de zaak voorbij gaan. En zoals ik elders wel eens heb vermeld, een dramatisch exposé in een blog getuigt van weinig smaak en stijl, enkel zaken die ik probeer te cultiveren in dit leven (ik zal bijvoorbeeld nooit een training van Kappa dragen met gouden ketting).

    Maar ik dwaal af. Mijn probleem is, na enig zelfonderzoek; mensen. Te veel mensen.

    Dat klinkt raar, maar dat komt dus door de job. Eerst dacht ik dat het door de lange uren en enigszins interessante fysieke inspanning kwam die vooreerst vereist zijn. En het feit dat ik, ondanks bekend volk in Leuven, ik door omstandigheden altijd verhinderd ben geweest mij bij sociale gelegenheden te vervoegen.

    Maar het simpele feit is dat ik, na een dag in het volk te verzuipen, geen zin heb om dan ’s avonds ook nog eens tussen het volk te gaan zitten, en dus café of filmzaal liever links laat liggen. En de laatste paar weken is het echt happen om adem geweest. Ik liep dan ook een beetje depri rond, en ook nog met ergernis omdat ik niet wist waarom. Zeer vervelend (ik schreef het toe aan mijn nieuwe sokken).

    Het leuke is dat we daar nu dus weer aan uit zijn, en gepaste actie kunnen ondernemen. Zodoende geef ik hier met trots mijn voornemens voor het nieuwe jaar;

    – ergens een club zoeken die mijn interesse wegdraagt. Ik heb al gezien dat er hier in de buurt Aikido wordt gegeven door dezelfde club van in Antwerpen. Fun times, vooral omdat het een redelijk luie sport is, want ik doe al genoeg op het werk. Salsa lijkt me ook nog wel tof, wat enigszins leidt tot punt 2;
    – een jaar lang vrijgezel blijven. Dat klinkt alwéér raar, maar dat is een makkelijk voornemen waar ik eigenlijk geen reet voor hoef te doen. Bovendien is dat al één voornemen dat al zo goed als zeker in de sjacoche zit, en dat is weer goed voor het moreel.
    – Stoppen met roken, oh cliché der clichés. Weinig uitleg bij nodig, me dunkt.
    – Actief mijn kop buiten de deur steken afgewisseld met een fijne meditatie om bij mezelf terug te komen, iets wat de laatste tijd ook alweer verwaterd is.
    – Aansluitend hierbij, wat moeite doen om nieuwe lui te leren kennen.
    – Die foto’s dan toch eindelijk eens te ordenen en de slechte nest eruit te gooien.

    Dat lijkt allemaal wel haalbaar, hoewel ik met puntje drie wel wat moeite zal hebben. Tijd om andere mensen te motiveren dus.

    Ook; beste wensen!