Maandelijks archief: februari 2008

Ochtendconcert

De lente is volgens mijn optimistische instelling dus terug in het land, want ik werd deze morgen wakker met het zachte gekwinkeleer van vogels op de achtergrond. Zalig.

Ik heb ook minder en minder moeite met het vroege opstaan, iets wat me eigenlijk onmogelijk leek, omdat ik altijd een fan ben geweest van lekker lang zeestergewijs in bed te blijven liggen tot ik echt op moet wegens sanitaire redenen. Maar het heeft nog wel iets, iets vroeger wakker worden als de wereld. Ik vind het eigenlijk leuker om op te staan als de meeste lui nog liggen te slapen, dan is er een gevoel van stille privacy. Ik loop ook graag door (de nette buurten dan wel) van een stad op een stil uur in de week. Zo heb ik al meerdere keren hele pleinen en boulevards voor mezelf gehad, met stille uurwerken die op het water weerspiegelen. Enfin ja, dat is veel makkelijker als je werkloos bent natuurlijk.

Ik pak ook graag een warme douche net voor ik vertrek, zodat ik nog lichtelijk warm/vochtig/rozig op de werkvloer sta. Het helpt ook dat de sfeer veel relaxer is op het werk tegenwoordig.

Trouwens, ik moet een ALWEER gebruiken. Deze zaterdag word ik aangesproken door een gast met de vloeiende volzin; “ken ik u ergens van?” Het grappige is dat ik blijkbaar door omstandigheden op een gay party was beland (met marginaal betere muziek als de Seven Oaks, lieve goden wat een bucht was dat) en ik dus niet echt weet of ik versierd werd of dat hij dat echt bedoelde. Misschien heb ik wel een populaire kop. In ieder geval had ik een aha-erlebnis. Dus zo voelt dat als iemand dat tegen je zegt en dat er vaagweg een kans bestaat dat desbetreffend persoon misschien een tong wil draaien. Daarom dat ik er altijd uitdrukkelijk bij vermeld dat het geen versierpoging is om onnodig gedraai met schoenen en een eventuele kwetsende opmerking te vermijden. Als ik iemand wil versieren, dan zal dat wel gebeuren met een passend muziekje, een glaasje wijn en een geurkaars of twee. Ik blijf een romantische ziel, ah ja.

Het is trouwens slecht gesteld met de romantiek tegenwoordig. Toen ik nog late uurtjes doorbracht met het vinden van een gelaagd rijm op “deez’ lust” en om een einde aan mijn jambische kwatrijnen te breien, volstaat het tegenwoordig “HUI SYLVIE WILT GIJ T AANMAKEN XXZ” in sms-vorm naar vt4 te sturen op gepaste tijd. Dan is de Kevin kei-romantisch geweest, want hij heeft zijn liefde publiekelijk bekendgemaakt, en dat is fijn voor iedereen, behalve Cindy, want blijkbaar is de Kevin opeens haar ex.

Maar genoeg geleuterd. Tijd om de blogroll wat aan te vullen en de mensen met wie ik een babbel heb geslagen de gepaste digitale aandacht te geven. Ik ben nog altijd prettig verast van de vurige ontvangst daar (ahaha, woordspeling). Als ik iemand vergeet, klaag gerust, want ik heb niet alle namen (laat staan de url) kunnen onthouden.

Oh ja, mijn baas was ook op ze gay party. Talk about fucking awkward.

Stukintstuk

En dan ben ik gisteren dus maar een beetje op goed geluk naar de blogdrink van yab en Lime gegaan, op goed geluk in de zin van dat het raar is de mensen van het internet in het echt te zien.

En het was gezellig, heel gezellig. Niet dat ik schuw ben van het aanspreken van onbekenden om vervolgens de meest dwaze uitspraken te doen (het is tegenwoordig zelfs een hobby binnen het werk), maar de hele groep was ongelofelijk toegankelijk. En geen neckbeard te zien. Ik ben een hele hoop aardige en nette mensen tegengekomen, en die zal ik ook braaf doorlinken, maar vandaag eventjes niet.

Een puntje van frustratie trouwens; mensen tegenkomen en begot niet meer weten waar men ze van kent (en wederzijds). Dat is trouwens al de tweede keer deze week, op het optreden eergisteren had ik hetzelfde voor. Het zal wel quantum zijn of zo.

Ik heb eigenlijk nog een paar dingetjes waar ik over wil babbelen, maar mijn kop is te moe. Hoewel ik gisteren netjes op een gezond uur ben doorgegaan (met tegenzin) lag ik toch een paar uurtjes wakker. En dan komt madame kat net voor ik in slaap donder natuurlijk aan de deur doen van prooeei en miauw en eens kijken of de deur wel krasbestendig is (dat is ze dus niet). En jammer genoeg niet door de wekker heengeslapen.

En vanavond alweer op sjok, en morgen ben ik ook al weer van huis. Het sociaal leven neemt een hoge vlucht de laatste tijd.

Moe maar lekker.

En de Ford, die bleef thuis

De trein is altijd een beetje reizen, maar soms kan dat een beetje traag gaan en soms staat het een beetje stil. Ik heb vandaag dus nog eens op de trein gezeten (ik had geen zin in file, en ik heb nog een railpass met een paar ritten die op moeten) en ik moet eerlijk bekennen, het is een beetje zoals rijden met een fiets.

Eens je een paar keer goed tegen de grond bent gesmakt als kind neem je jezelf voor om dat nooit meer te doen.

En zoals gewoonlijk waren alle hoofdrolspelers weer van de partij; De Dronken Kerel (die zit er altijd, vraag me niet waarom, toen ik pendelde had je van die stiekeme dronkaards die uit hun tas om 7 uur ’s ochtends aan een halve liter lagen te lurken), De Rare Vent (die vaak gesprekken tegen zichzelf voert), De Schreeuwende Baby/ Jengelende Kind (juist toen de Schreeuwende Baby van boord ging kwam Het Jengelende Kind binnen), en De Dikke Vent die altijd zwetend naast je komt zitten. Ik vind het ook altijd zeer onrechtvaardig dat Het Mooie Meisje altijd tactisch buiten zicht gaat zitten, zodat ik op De Rare Kerel moet kijken (die ondertussen aan een dissertatie over de kleine dingetjes op zijn arm bezig is) en een onverhoopt spontaan gesprek waaruit dan ware liefde ontstaat uitblijft (het ligt dus allemaal aan de vrouwen).

En ik ga heus niet van plaats veranderen dan, want er zijn Regels op de treincoupé. Die zijn eeuwenoud, net als de zitjes, die ook beleefd moeten worden om ze ten volle te kunnen waarderen. Ze zijn gesmeed in de hel onder het satanisch gelach van duizend demonen terwijl gedoemde productontwikkelaars tot het einde der tijden voortzwoegen om weer een nieuwe abomonatie los te laten op de “groene” reiziger. Het zal wel aan mijn formaat liggen, want ik pas er totaal niet in. Mijn benen zijn te lang om comfortabel een ritje door te brengen tijdens het spitsuur, en ik moet er met de vlakke hand op hameren om de bloedstroom zo nu en dan op gang te brengen, zodat ik niet als een dronkeman naar buiten waggel. Zo onstaan dus Rare Venten, jongens en meisjes, alsof ik al niet genoeg onder dat stigma lijd.

Vandaag echter, iets nieuws in jaren. De Zenuwachtige Mens. De Zenuwachtige Mens trilt met zijn been zodat het hele zitje davert, bijt op zijn nagels en checkt gsm én horloge om de drie en een halve seconde. Hij (of zij, hoewel ik de vrouwelijke soort nog niet ben tegengekomen) kijkt voortdurend rond, met van die ogen als een raar primordiaal wollig nachtbeestje, zo een met van die grote ogen. Na een hoofdstukje onder turbulentie te hebben uitgelezen nam ik deze persoon eens onder ogen (oogcontact maken ze niet, daarvoor heeft men concentratie nodig). Waarlijk, zijn hele wezen daverde dat het niet mooi was en ik had zin om een foto van hem te pakken en dan ergens in wikipedia in te plakken. Het was alsof elke zenuwachtige vader in een kraamkliniek, elke guerillero die zijn laatste sigaret rookt terwijl het vuurpeloton gemene grapjes maakt over “meloenen” en “uiteenspatten”, elke dokter die hersenchirurgie doet voor de eerste keer hun nervositeit in deze mens gedistilleerd was. Vol vreugde over het ontdekken van een nieuw archetype besloot ik dat hij toch wel iets heel stresserends als job moest hebben. Spion misschien. Een spion die supergeheime plannen van de euh, Russen heeft gestolen en weet dat er ergens mannen in lange jassen met één hand in de zak zachtjesaan alle coupés verkennen. Ik schoof zachtjes een beetje dichter tegen het raam.

Hij stapte uit in Veltem, zonder neergeschoten te worden of maar IETS spannends mee te maken. Wat moet ik dáár dan mee?

De volgende keer pak ik lekker de auto, dan hoef ik ten minste ook niet om zes uur uit mijn nest. Blaargh.

Reclame

Gauw voor ik onder de douche kruip en naar de film snel even reclame maken voor een optredentje volgende donderdag in het Oratoriënhof. Dazibao speelt daar namelijk, en ze spelen zeer fijne muziek. Allen daarheen dus. Het begint om acht uur. Ik zal ook even de site van KV Express en Jo Zanders eventjes schaamteloos promoten, vanwege voornoemde zeer fijne muziek!

Ode aan Leuven

Mijn ode aan Leuven valt een beetje in het water omdat ik redelijk druk bezig ben geweest dit weekend. In principe heb ik weer half vlaanderen gezien onderweg, West-Vlaanderen is de enige provincie die ik niet ben gepasseerd. Maar wel lekker relax. Geen stress onderweg dat ik ergens op een bepaald uur zou moeten zijn, dus fijn cruisen met wat muziek op. Ik ben een beetje vergeten hoe fijn het is om een tijdje in de auto te zitten. Of hoe fijn het is om gewoon op het gemak met mensen af te spreken (dit is de eerste zaterdag die ik sinds half november heb gehad). Alleen jammer dat ik Maarten in het ziekenhuis heb moeten treffen, hoewel alles goed is verlopen met de longen (sterkte en beterschap). En het is ook fijn dat het meditatieseizoen in volle kracht weer is begonnen.

Maar allez, ik had eigenlijk een ode aan Leuven gepland. Mijn plan was om de stad in te trekken op een zonnige dag en gewapend met mijn camera op smaakvolle wijze de zichten vast te leggen die zich voor mijn oog ontrolden. Jammer genoeg was het een beetje rotweer de laatste tijd (en ook in mijn hoofd). Het is juist alsof er met het mooie weer een deken van mijn kop is getrokken, dat ik weer helder kan zien. En ik had het druk, dus hier, zonder foto’s, mijn

ODE AAN LEUVEN

In tegenstelling tot de schapenkoppen van Lier hadden ze hier wel een beetje inzicht in de Middeleeuwen qua marketing, en is de unief nog altijd goed gevuld met lege hoofden die deftig gevuld moeten worden. Ik wil hiervoor de middeleeuwers (hoewel ze al lang onder de zoden liggen en nu worden omgeploegd) een pluim geven, want anders was het hier een dood gat gebleven.

Het is dus ook dankzij deze unief dat ik hier enkele zeer fijne fuifjes heb mogen beleven, waarschijnlijk tot frustratie van de mensen in belendende panden, die er eerder slaaptekort aan hebben overgehouden. Als ik vroeger naar Leuven kwam was dat altijd voor feest. En het is een mooie stad, die godenzijdank niet beroerd is door de tand des economische heroplevingkjes, zodat het hier fijn staren is naar de mooie gebouwen. Ik kijk naar Antwerpen en zie dat het wel anders is.

Het is ook een onwaarschijnlijk propere stad, ik zou bijna een pak friet van de grond eten als het niet te koud was. Uit beleefdheid vergeet ik vrijdagmorgen maar even, dat vindt men overal wel terug waar studenten tegaar zijn en bier voorhanden is. Dat maakt wel iets, zo’n stad met voldoende vuilbakken en een repressief beleid op het vlak van dingen op de grond te zwieren. Het oogt netjes.

Alles is ook dichtbij omdat het net redelijk klein is, en de weg kwijtraken is quasi onmogelijk. Ik vind het trouwens ook redelijk verwonderlijk dat hier maar liefst TWEE stripwinkels hebben op zo’n klein gebied, zaken die blijkbaar goed draaien en nog een fijn aanbod hebben ook. Ooit zal ik alle strips van Corto Maltese bezitten, en dat zal in orde komen voordat ik hier weg ben.

Dit klinkt allemaal nogal lam, maar dat komt omdat situaties vaak zijn wat je ervan maakt.

Ok, dat klinkt ook niet zo positief, maar ik wil gewoon zeggen dat, hoewel een plek waar je bent niet de ideale is, dat nog niet betekent dat het slecht per sé is. Ik moet toegeven dat ik mijn plekje in de wereld nog niet heb gevonden. Gent was het niet, Antwerpen evenmin, en ik denk dat ik ook wel uit Leuven zal wegtrekken.

Maar de kaarten zijn gedeeld, ik heb er zelf voor gekozen, en ik moet er maar mee omgaan op dit moment. Dat neemt niet weg dat ik erover zal sakkeren nu en dan (mensen die mij kennen weten dit goed genoeg), en de pech die ik de laatste paar maanden ben tegengekomen op vlak van liefde tot officiële instanties en-alles-daartussen is eigenlijk ook wel absurd.

Het enige wat ik kan doen is mijn gezicht naar de zon wenden, mijn ogen half dichtknijpen in het licht en eens goed lachen.

Stukske vis

Een stukske vis, dat eet ik graag. Daar kunt ge weinig mis mee doen, mee vis. Da zwemt wa rond en hapt ne keer naar een vliegsken. Vis riekt ook goe in de pan. Mee wa patatjes en wa bloemkool, da smaakt goe. Geen grote stoef, maar lekker, da vult uwen buik.

Ne vis is ook nooit kwaad. Hebt gij da al eens gezien, nen kwaaie vis? Die zwemmen maar, in de zee, en daar is plaats genoeg, daar kunnen ze nog geeneens ruzie maken. Ik ben ook ne keer gaan vissen, maar ik had nie veel goesting, dus ben ik maar gaan wandelen. Ne vis doodkloppen, dat zou ik nie graag doen.

Ik doe da graag, naar vissen kijken. Die hebben geen doel, maar toch zijn ze gelukkig. Da vind ik nu eens kunnen se. Maar toch draaien ze zot als ge ze in ne ronden bokaal zet, zeggen ze. Misschien zien ze dan dat ze maar wat aant rondzwemmen zijn.

Soms denk ik ook wel eens dat ik in nen ronden bokaal zit.

Dan ga ik rap iets anders doen.

Over Le(u)ven 2

Dus, ik ben weer eens ziek. Enfin, ik was zieker gisteren, maar toen had ik meer moeite met vriendelijk en aangenaam in de omgang te zijn, en heb ik minder last van koorts in de kop.

Is het niemand ooit opgevallen hoe moeilijk het is een dokter vast te krijgen als je er een nodig hebt? Dit vooral om mijn opmerking over kutstad Leuven even te verduidelijken. Dus, er zit een dokter op +- 100 m van mij af, waar ik naartoe ging voor een diagnose, eventueel een voorschrift voor een neusspray of zoiets en een briefje voor het werk. Dus het regent. Dus ik ga naar die dokter, die blijkbaar pas om elf uur spreekuur heeft (het is nu tien uur). Dus dan ga ik maar naar een ander adres aangeraden door een huisgenoot. Enkel op afspraak. Heb ik al gezegd dat het regende en dat mijn kleren nu aanvoelden als een duikerpak? Heel tof als je zo aan het koortsen bent. De eerstvolgende afspraak was pas om kwart voor twaalf, dus ik had meer kans bij de andere dokter. Dacht ik. Na daar een uur te hebben gezeten in een overvolle wachtzaal (die mens kwam juist uit zijn verlof) met als leesmateriaal boekjes over auto’s en leuke vakantiebestemmingen in de Provence, kwam die flap dus binnen om doodleuk te zeggen dat iedereen die er om 1 uur nog zat buitengejaagd ging worden, want hij had nog huisbezoeken. Das dus tof, een uur dat ik in bed had kunnen liggen verspild met naar auto’s te kijken die me geen ene reet interesseren. Dan dus toch maar een afspraak gemaakt bij de andere dokter, en rond twee uur kwam ik buiten met diagnose, voorschrift en briefje voor het werk.

Dus dus dus… één van de redenen waarom Leuven een kutstad is. Iedere keer als ik ergens in officiële hoedanigheid (vakbond, vdab, stadhuis, whatever) regent het pijpenstelen en kan ik evengoed een snorkel gebruiken op de fiets. Er is maar één instantie dat ik niet als een vod ergens een kwartiertje op een mat ergens moest uitdruipen alvorens mij derwaarts te begeven, en dat was toen ik mij ging domiciliëren. Toen heeft de stad Leuven mijn fiets gepikt, zodat ik ergens anders te laat kwam op een afspraak. Waarom ik dan niet met de auto ga? Ik ben een groene jongen en b) er is toch geen parkeerplaats binnen een straal van dertig kilometer als je er al komt met al dat éénrichtingsverkeer en die idioten op de weg.

Nu ik toch bezig ben; de winkels hebben nooit wat ik zoek (als er al een winkel voor is), de lui zijn vaak onvriendelijk, het verkeer (zoals hierboven vermeld) maar toch, godverdomme, het verkeer. Hoe kan zo’n kleine stad er zo’n grote klotezooi van maken vraag ik me wel eens af. Ik rijd nog liever in Antwerpen rond dan mij hier automobielsgewijs te verplaatsen.

Het nachtleven in het weekend is nog doder dan een necropolis op een vergeten continent waar een vulkaan op is uitgebarsten, verdwenen in de zee en dan door stille tectonische krachten door de aardkorst is verzwolgen. Praktisch elk café draait dezelfde monotone rotzooi. In een dronken bui ben ik zelfs eens ergens in een café op de grote markt (DIE HELEMAAL NIET GROOT IS) de keuken binnengestommeld omdat het zoveel leek op het vorige café maar ik vergeten was dat we verhuisd waren.

Er zijn nog meer dingen die ik kan schrijven, sterker nog, dat héb ik gedaan, maar mijn pc is eventjes uitgevallen, zodat het weg is. Niet zo erg, allemaal verder gezaag. Waar het echter op uitdraait is dit; nooit heb ik ergens gezeten waar ik me zo gekloot voelde door een plek als hier. Gelukkig is dat “hier” eigenlijk “daar”, en kan ik genieten van een uitzicht op bos en bietenveld. Ik kan hier ook de heuvel op. Fijn dus dat ik in Kessel-lo mag zitten ipv centrum Leuven zelf.

Ik wist ook vagelijk dat hier leven minder tof ging zijn qua stad als ergens anders (met uitzondering van Maaseik of zo natuurlijk) maar het gaat nu en dan toch serieus tegen mijn kluuten. Ik heb het een tijdje ook niet willen toegeven, want dan zou het misschien kunnen lijken dat ik een foute beslissing heb gemaakt door te verhuizen. Ik ben alweer een stukje wijzer geworden en het toegeven is eerder kathartisch. Ik behoud mij bovendien het recht om over dingen te zagen. Ik sta nog altijd achter mijn verhuis, en achter het feit dat dit de enige beslissing was die op dat moment te doen was voor mezelf op allerlei vlakken, en dat het er nu en dan tegen zit zorgt er eerder voor dat ik mezelf beter leer kennen en beter met situaties kan omgaan. Mijn sociaal leven mag op sommige vlakken dan wel een puinhoop zijn, maar daar kies ik deels ook zelf voor (en ik blijf niet langer achter de mensen aanjagen, op alle vlak, behalve de afwas). Eerlijk gezegd heb ik er op een bepaalde manier ook om gevraagd.

Het snot is weg!

Een ander meevallertje is dat ik mijn Flickr-account heb teruggevonden. Ik heb er nog een paar foto’s op gegooid die ik de moeite waard vind.

Oh ja, pak bij ziekte geen zeer warm bad, dat was ik vergeten.

Bijna van mijne sus gegaan! Also, one’s ever alone with a rubber duck.