‘T Stad

Een bus vliegt voor mijn karretje in en ik sta pal op mijn rem om niet als een plek op het wegdek te eindigen. Mijn hart zit in mijn keel en mijn handen trillen. Ik voel me kwaad en machteloos. Ik ben blij dat er een hele afstand zat tussen mij en mijn achterligger.

We lopen rond in de stad, gedreven door oude instincten, een weg die we jaren hebben afgelegd en blijkbaar nog altijd in ons brein ligt. Sommige vitrines veranderen nooit. Volgens een oude afspraak verlopen de conversaties in het engels.

Ik knijp er even tussenuit om een oude kwestie af te handelen, maar je kan nooit verwachten dat iemand jaren aan een stuk op dezelfde plek blijft werken. Ik voel me opgelucht, omdat de zaak niet meer in mijn handen ligt, en droef, omdat sommige dingen aflopen zonder dat je het in de hand kan houden.

Op de terugweg heb ik de snelweg voor mij alleen, en ik rij puur voor het gevoel een tijdje enkel op dimlicht, zodat de lijnen als vage schimmen naast me in het donker verdwijnen. Stom, maar opwindend.

De terugweg/Hond

Er ligt een hond naast de weg bij een bakje voer. Ik stop, omdat deze nobele bekende onbekende weer en wind lijkt te trotseren sinds ik ben begonnen werken. Hij/zij is schuw, en dribbelt nerveus weg, het donker in.

Ik ga slapen met een brok in de keel.

Kniebrace

Verveling is zoiets als vliegen op een paardenkont. Het maakt niet uit hoeveel je er weg slaat, ze komen altijd terug. De redenen voor mijn verveling zullen wel duidelijk zijn, net als mijn voornemen om er niks aan te doen, vanwege het feit dat ik een kleine breakdown op het werk had de vorige vrijdag. Niks zo goed om te laten zien dat je niet onverwoestbaar bent als een goeie schop in de knie van moeder natuur.

Om toch maar iets te doen in plaats van met naar boven gerolde ogen in de zetel te liggen en de tour te beluisteren, maar naar het colora festival gegaan, alwaar er muziek was. Meestal is dit een voordeel op een festival. Alleen een beetje een rare sfeer vond ik, een redelijk klein publiek ook, voor toch een aantal grote namen (of naam alleszins). En hoewel het wel degelijk shakebare muziek was, toch maar niks wilds uitgehaald, vooral omdat me opviel (met mijn nieuw hervonden evenwichts-en ondersteuningszintuig) dat het plein enigszins afliep, zodat ik onrustig stond te schuifelen om de knietjes te sparen.

Daarna naar de giraf, waar een zat mens op tafel stond te dansen (en er vast nog andere marginale dingen gebeurden die ik ben vergeten) en ik op een kruk in een hoek weggedrukt zat, met alle plezier dat daaruit voortvloeit. Nog een stoned en zat persoon tegengekomen met wie ik een tijdje heb gewerkt, met bijhorende conversatie. Dit wil zeggen dat de namen nog eens moesten worden uitgewisseld, en dat er eigenlijk niks wezenlijks is gezegd behalve dat ik weet dat het goed gaat met haar en zij ook dat het goed gaat met mij op een vervelend probleem na. De uitvlucht die ze nam om weg te komen uit deze non-conversatie was ook een goeie, ook omdat ik nog altijd met mijn kont op een kruk geparkeerd zat, met zeer weinig voornemen om op te staan.

Het is ook een tijdje geleden dat ik idioten ben tegengekomen, maar er waren een paar prachtexemplaren die schaamteloos en zeer bedreven in vriend M’s zakken zaten. Dat schokte een beetje, vooral omdat die lui een tijdje bleven rondhangen. Moet men ze dan op de bek slaan of met luider stemme veroordelen? Of moet men zijn zakken tegenwoordig boobytrappen met bolsters en muizenvallen om onverlaten af te schrikken tegenwoordig? Sommige mensen…eugh.

Dat is dan ook het enige spannende avontuur van de laatste tijd, want het grootste tijdverdrijf van tegenwoordig is met mijn neus in een boek zitten, zowat een vergeten hobby. Ik sleur er dan ook een middelgroot boek per dag door, en geniet van dingen die ik al jaren niet meer gedaan heb, zoals wakker worden en een uurtje lezen totdat de blaas echt op springen staat.

Het probleem is dat ik zoveel zin heb om dingen te doen, en bijhorende energie. De dokter heeft me koffie verboden (voor de keelontsteking) en na dan toch een hele kan te hebben gedegusteerd zat ik met nóg meer energie, zodat ik tot een uur of vier wakker was met oncontroleerbare trillingen over mijn bezwete lijf. Een rondje rennen zat er niet echt in.

Gelukkig moet ik morgen werken, en gelukkig voor slechts drie dagen, waarna er twee weken verlof zullen volgen die ik zal inzetten met een goeie lap Gentse Feesten!

Tot dan!

Knie!

“Is er ergens een plek waar het pijn doet als ik je aanraak?”

“Ja, maar dan zult ge eerst rubber handschoenen moeten aantrekken.”

Er wordt wat afgelachen bij de dokter tegenwoordig. Ik bevind mij op een stuk papier dat discreet zal worden weggemoffeld nadat ik de deur uitstap en contempleer hoe mijn weekend naar de haaien gaat. Dat heet zo; tendinitis, en het doet pijnlijke dingen in mijn knie. Ik ben blijkbaar oververmoeid (wat mijn enigszins tamme houding van de laatste week verklaart) en dat wreekt zich op mijn knie, omdat die blijkbaar al mijn zorgen moet torsen. Dank u, meneer knie, hou eventjes op met aan te voelen als een ballon die op knappen staat en gun mij een zekere, onwankelbare stap.

En dan stap je naar buiten, en op enige afstand hoor je Schapenrock doorgaan, waar je ook net een vrijkaart voor hebt gekregen(ter gebruik omdat ik toch niet meer in thuis ga geraken die avond). Jammer genoeg is fietsen uit den boze, en daarbovenop is de fiets natuurlijk weer in beslag genomen door de mannen met snorren en verbazend weinig humor. Dat heet ironie. “Oh wacht, je mist een afspraak en een feestje? Hier neem deze vrijkaart. Woeps, daar kan je ook niet naar toe. Jammer!” En dan vergeet ik bijna te vermelden dat airsoft ook een tijdje mag wachten.

Langzaam realiseer ik me dat er weer een periode’tje met pech mijn leven is binnengeslopen, en zachtjes hier en daar dingen saboteert. En terwijl ik interessante fluimen lig op te hoesten (de dokter was meteen zo vriendelijk om een keelontsteking vast te stellen), zet ik mijn spreekwoordelijke helm op onder een zwerm van pechduiven. Net als duiven, zit pech in een zwerm die nu en dan op je kop schijt. Zoals ik vast al eens heb opgemerkt bespaart dit tijd en ben je er dan weer voor een tijd vanaf. Het probleem is alleen of de pechtijd voorbij is of dat het nog een tijdje gaat voortduren. Als ik de lichte zwelling op mijn lip bemerk die een koortsblaas aankondigt, vriendelijke dinges die er altijd bij zijn als mijn weerstand keldert, denk ik dat ik het antwoord al weet.

Langs de andere kant heb ik er een huisdokter bij, die wél gevoel voor humor heeft en dicht in de buurt woont. Bovendien hebben enkele dagen platte rust de vermoeidheidsdemonen uit mijn lijf verjaagd, en voel ik me dus wel lekker, behalve als ik moet slikken, ademenen, hoesten, eten of drinken. En was ik thuis om postpakketjes te ontvangen, waarvoor ik anders weer… enfin, positief denken vereist een zekere inspanning als men zich verveelt.

Mensen botsen trouwens veel tegen je op als je je minder voelt. Let maar eens op. Als ik gewoon op straat loop heb ik weinig last van andere lui, zeker niet als ik met verbeten blik de stoep afbuldozer. Toen ik mijn fiets (met de bus, eikes) ging halen was ik blijkbaar vogel voor de kat. Uit principe heb ik dan maar een oud vrouwtje de goot ingekacheld, om eventjes een voorbeeld te stellen. Mensen gingen opeens weer netjes opzij.

De les die we hieruit kunnen leren is dat aggressie, in beperkte en gecontroleerde mate toegepast, nog best wel zijn nut heeft dus.

P.S. ik hou bewust mijn bek over politiek op dit moment, omdat dat nog saaier zou zijn dan bovenstaande schrijverij. Peace out!

Far Cry

Toch nog eentje omdat het alwéér rampzalig is; ik gebruik dus de laptop van een huisgenoot (die ik waarschijnlijk vanavond terug moet afgeven omdat die eigenlijk van zijn werk is, ssst) en daarop heb ik dus een mapje gemaakt waarin al mijn crap zit opgeslagen. En ik moest natuurlijk weer even fraggen, dus heb ik er ook een mooi spel ingeveegd met voldoende bad guys om me nu en dan af te reageren. Niks mis mee, liep als een trein, mooie graphics en AI voor de tijd (ik heb het over Far Cry) en zonovergoten kusten die ik vol raketten kon jagen.

Plichtsbewust gooi ik het eraf omdat ik het ding toch nauwelijks meer ga kunnen gebruiken, zonder erbij na te denken dat dit dezelfde map is met mijn laatste foto’s, waaronder die van Afro-latino, leuke dinges van de kat, de paintball met de mannen van het werk en mijn bezoekje aan het Africa museum (en zo wordt dat genoemd en gespeld overigens).

Nice going there Brainiac. Alles (nog maar eens) weg. Olé.

Het wordt toch eens tijd voor een externe harde schijf methinks.

Én

D’s back in town! 🙂

Continent

Wat me nog het meest opviel aan het Africa museum in Tervuren, was het contrast. Daarmee bedoel ik dat het in feite een modern museum wil zijn, maar achtervolgd wordt door een koloniale achtergrond die in principe door het hele gebouw belichaamd wordt.

Je hebt dus zeer lelijke en stoffige opgezette dieren die naast romantische beelden van nobele, maar toch onbeschaafde bosmensen staan. Dat vind ik prima, want zo’n museum is toch maar waardeloos om kennis op te doen over andere culturen. Daar kan zo’n museum ook niks aan doen, dat is maar normaal. Als ze binnen 100 jaar een gsm in een museum leggen met de uitleg “dit primitieve toestel maakte gebruik van kankerverwekkende straling om mee te telefoneren (verzin zelf maar een term die over 100 jaar in zwang is) en onduidelijke tekstberichten te sturen”, weet je alles en niks.

Daarmee vel ik geen oordeel over wat al dan niet primitief is, behalve misschien de aanpak. Ik heb dingen gezien die belangrijk waren voor een heleboel mensen, een wezenlijk deel uitmaakten van hun zijn en cultuur, en er geen iota van gesnapt. Net zoals de lui rondom mij er ook geen reet van hebben gesnapt (behalve één professorachtig type dat regelrecht uit een voorlichtingsfilm van de jaren zeventig leek gekatapulteerd, inclusief leren lappen op zijn ellebogen,onderwijl heftig gesticulerend tegen een bloedmooie afrikaanse vrouw die liever ergens anders wilde zitten).

Dus. Een heleboel mensen snappen helemaal niks van iets wat tentoongesteld wordt ter lering van voornoemde personen, die echter te weinig achtergrondkennis hebben van desbetreffende cultuur om vervolgens te gaan van “nou, mooi masker, met al die veren en kleuren, en kijk, het werd bij een overgangsritueel gebruikt dat de drempel tussen jeugd en volwassenheid symboliseerde door de Utava-stam”.

Maar warschijnlijk ben ik te kritisch. Ik ben van mening dat enkel een volledige onderdompeling in een andere cultuur (en daarmee bedoel ik dus ook dat je de smerige dingen moet eten) pas een fatsoenlijk beeld kunnen geven. Een mooie theorie die ik nooit heb toegepast omdat sommige lui rauwe oogballen misschien een delicatesse vinden, of gewoon leuk om te geven aan argeloze toeristen om te kijken hoe stom ze wel niet zijn.

Dat betekent niet dat ik niet genoten heb. Het is een mooi museum, met een uitgebreide collectie, en er zitten echte pareltjes tussen. En ze doen hun best om op zijn minst een globaal beeld te geven van een regio die zo’n honderd keer België is, en ons eigen aandeel erin, wat nog altijd te weinig in het licht wordt gezet in ons onderwijs (iets waar ik me soms serieuze vragen over stel als ik op mijn eigen schooltijd terugkijk).

Je hebt dan ook langs de ene kant het moderne, nieuwe concept, met museumshop met wereldwinkelspulletjes, overschaduwd door menig standbeeld van Leopold de tweede, die van een grote hap Afrika zijn eigen speeltuin heeft gemaakt, en het niet zo erg vond als er nu en dan kinderen van de schommel vielen. Typerend was dan ook een standbeeld van deze koning met toch wel indrukwekkende baard dat ergens in een hoek achter een deur verscholen stond, eens gevierd, nu beschaamd.

En er waren ook een hele hoop enge beesten op sterk water, en teken zo groot als een kleine kinderhand, en skeletten, en zoals ik al zei een hoop slecht opgezette beesten die me enigszins droef stemden. De vogels deden em het, prachtige dieren, nu onder het stof met slechts een fractie van de gratie, kleur en (tja, ze zijn dood) levendigheid die je alleen maar in het echt kan meemaken. Met glazen ogen staren ze na al die jaren nog altijd naar niets. De nijlpaarden waren ook uitzonderlijk lelijk opgezet, alsof iemand begonnen was ze op te vullen en niet van ophouden wist, en ze er uit zagen alsof ze last hadden van een opgeblazen gevoel waar tien yoghurtjes met actieve bifidussen niks aan kunnen veranderen.

Maar dat was ook deel van de sfeer van het museum. Ik verwachtte half en half oude mannetjes met dikke leren binders in de kelders, druk gedroogde hagedissen catalogiserend in een bureaucratisch doolhof. Ateliers waar stro en pek door goedgemutste mannen onder jolig vertier in het frame van een zeer ongelukkige olifant werden gepropt, met inspiratie van foto’s en tekeningen, om het dan helemaal te verkloten en het dier een geconstipeerde blik te geven voor de komende honderd jaar.

Er stond natuurlijk een zeer grote olifant, op een lapje zand waarop honderen centen lagen, vermoedelijk om een of andere wens te vervullen, alsof een dooie olifant zonder ingewanden iets van wensen afweet (zeker niet als zijn hersens ergens in een kelder in een pot drijven).

Dit bewijst nog maar eens dat mensen overal hoop uit willen putten, zelfs als het iets is dat al vele jaren dood is. (foto’s -binnenkort- op het bekende adres)

En hiermee sluit ik ook min of meer de persoonlijke kant van de blog af, behalve als ik iets echts hilarisch of rampzalig zou meemaken. Zoals net, de kat heeft lekker een spin opgesmikkeld, maar netjes de poten laten liggen, zodat ik die fijn kan opruimen.

Boba Fett

Wel, de laatste pc heeft blijkbaar de geest gegeven. Volg mij in een dapper verhaal over wat er de laatste tijd allemaal misloopt, wat leuker om te lezen is dan die saaie bucht als alles goed gaat.

Er zijn perioden dat alles faalt dus, en ik de mensheid vervloek dat ze in plaats van iets degelijks te bouwen dat een lange tijd meegaat, de eerste de beste brol blijkbaar al voldoet. Wat vervloekingen betreft is het best een goeie, een zondebok kan je beter breed en en met grove generalisaties benaderen. De entropie kan er ook niks aan doen, en ik heb net Fight Club gelezen, dus ik kan het het op een vage manier wel appreciëren.

Hier is mijn lijstje tot nu toe; de pc, wiens kabel naar de adapter miserabel faalt, en ik ergens in de week op straffe van electrocutie zal proberen te fiksen. Dit geeft alleen nog meer druk, vooral omdat mijn huisgenoten na een accidentje waarschijnlijk nooit meer een bbq kunnen houden. Drie fietsen, waar de stukken vanaf vliegen, maar nog min of meer berijdbaar; de mountain bike waar het zadel vanaf zwiept, de bompafiets waarvan een spatbord als een zielige vleermuis naar beneden hangt en de dynamo half is afgesloopt. De werkfiets heeft een kapotte staander, onmogelijk te fiksen omdat de schroef zeer handig op zo’n manier gepositioneerd is dat ik het halve ding uit mekaar moet halen om hem aan te draaien. Het ikea-gordijntje dat ik voor mijn muurkast heb gehangen hangt ook half uit de muur, de plug heeft de geest gegeven. Een scheur in mijn rugzak, een tentje dat uiteen begint te vallen en een roodverbrande rug. Nothing is static, everything is falling apart.

Dat zijn allemaal geen rampen, maar jammer genoeg ben ik op deze manier natuurlijk wel een hoop foto’s en muziek kwijt. Dat van die muziek zal wel karma zijn, vooral als men bekijkt hoe een groot deel ervan in mijn bezit gekomen is, dus laat ik maar blij zijn dat ik niet in een slak aan het reîncarneren ben.

Er zitten der trouwens keiveel op de koer, net als spinnen, die mij soms een geniepige beet geven. In dat opzicht heb je trouwens meer te vrezen van kleine spinnen, omdat de grote soorten vaak niet eens door de huid komen. Gelieve deze uitspraak niet met vogelspinnen te combineren.

Ma-haar, er is ook fijn nieuws natuurlijk. Een beetje in een opwelling besloten om naar het Afro-Latino festival te gaan, zowat de beste beslissing van de laatste paar weken. Mijn laatste slechte beslissing was om AvP requiem helemaal uit te kijken gisteren, want het was een echte stinker van een film. Dat komt ervan als je wil zien hoe het laatste monster de pijp uitgaat. Jezus. En dan zet ik There will be blood af omdat ik te moe was.

In ieder geval was het tof. Het was zeer tof zelfs, omdat ik heel wat mensen nog eens heb gezien, een paar optredens heb kunnen meepikken, geen kater had in de ochtend, een slecht maal in uitmuntend gezelschap heb genuttigd, de zon de zomersfeer de hoogte injoeg, de slaaplaats in de campingcar mijn nachtrust, en ik het dus heel gezellig heb gehad.

Net als pijnlijk, omdat ik ondanks waterman zijnde ook een beetje kreeft ben nu. De zon scheen een beetje te fel op mijn bleke kop en ik heb ongeveer een halve fles aftersun op anderhalve dag er doorgejaagd. Wat mij bezielde om een tanktop aan te trekken (wat mij de nick “bounty hunter” opleverde) en geen hemd in de buurt te hebben zal ook aan voornoemde koperen ploert gelegen hebben. Fuck it, het was lekker warm.

Ondanks alles heb ik nu toch internet, dankzij een geleende laptop van huisgenoot, zodat ik toch niet weerhouden kan worden onzin te posten die iedereen kan lezen!

Hoezee!

En dit is Fight Club in drie minuten en dertig seconden. Hoeft ge die al nie meer te huren zie! (en het boek is eigenlijk zwakker dan de film, vooral door het ontbreken van Ed Norton en Brad Pitt)